Rinus in de spotlights

Dit jaar is Rinus 25 jaar in trouwe dienst van onze vereniging. Reden temeer om hem eens flink aan de tand te voelen. In dit interview met onze correspondente Heidi Havely vertelt hij alles dat wij over hem moeten weten. Veel plezier met lezen en bekijk ook alle persoonlijke felicitaties op ons You Tube kanaal.

Voor de nieuwkomers in de club, zou je iets over jezelf en je achtergrond willen vertellen? Hoe begon je loopbaan en lag een carrière als tennisleraar al vroeg in het verschiet voor de jonge Rinus?

Ik heb in 1975 het CIOS gedaan en altijd mijn hele leven gevoetbald. Ik speelde al op vrij jonge leeftijd in het eerste en ik heb in verschillende regionale elftallen gespeeld. Voetbal was gewoon mijn sport en daarom was het ook voor mij een logische keuze om op het CIOS een opleiding als voetbaltrainer te volgen. Ik heb hier dan ook mijn voetbaldiploma gehaald maar omdat ik een zware blessure aan mijn been opliep moest ik noodgedwongen voor een andere richting gaan kiezen. In die tijd wist men helaas niet zo veel over sportblessures dus twee jaar lang heb ik met een soort brace om mijn knie moeten lopen. Door deze gebeurtenis ben ik op het CIOS van het voetbal naar het tennis geswitcht. Tennis was toen een opkomende sport die mij wel aansprak en het werd in die tijd voornamelijk door meer welgestelde mensen beoefend. Een herinnering uit die tijd die mij is bijgebleven is een baan die midden in een bos lag en waar spelers helemaal mooi in het wit waren gekleed en een bal over het net sloegen. Toen waren de ballen ook allemaal wit. Dat maakte toen best wel indruk op mij.

Na mijn specialisatie bij het CIOS ben ik in militaire dienst gegaan. Dat was in die tijd nog verplicht. Ik volgde een opleiding voor militair sportinstructeur in Bergen op Zoom maar kwam uiteindelijk terecht op de Kolonel Palmkazerne in Bussum als sportinstructeur. Daar heb ik uiteindelijk vier jaar gezeten. Op deze kazerne was een kapitein die ook de voorzitter was van vereniging ‘Het Laakhuisje’ in Putten. Men zocht daar een jonge trainer en hij vroeg aan mij of ik belangstelling had om bij deze vereniging te solliciteren.

In 1982 ben ik daar als trainer begonnen en ben nu al 37 jaar werkzaam als tennisleraar. Bij ‘Het Laakhuisje’ heb ik het erg naar mijn zin gehad en ook best wat resultaten behaald. Het was een vereniging die lekker in de lift zat en voor een kleine vereniging best veel jeugdleden had. Ik was daar als enige trainer in dienst en ik kon daar heel goed mijn brood verdienen.

Later werd ik gevraagd om bij aan andere vereniging in Putten te gaan werken: ‘De Vale Ouwe’.  Ik was bij ‘Het Laakhuisje’ best succesvol geweest omdat veel jeugd van ‘De Vale Ouwe’ overkwamen naar ‘Het Laakhuisje . In 1989 ben ik overgestapt naar ‘De Vale Ouwe’ omdat er daar meer uitdagingen en mogelijkheden voor mij waren. De club kreeg bijvoorbeeld een nieuwe accommodatie met een hal, wat in de wintertijd wel fijn is voor trainers en spelers. Mijn tijd bij ‘De Vale Ouwe’ was ook aardig geslaagd. In de jaren dat ik daar hoofdtrainer was, werden we vier keer kampioen, er waren zo’n 170 jeugdleden en er werd heel veel getraind. De club had ook een erg actieve jeugdcommissie waardoor veel initiatief tot evenementen genomen werd en de mogelijkheden rijk waren. Als trainer ben je erg afhankelijk van de inzet en ambities van de jeugdcommissie. Die is bij wijze van spreken zowel je ‘rechter-’ als je ‘linkerhand’. We werkten erg goed samen als een team en de  vergaderingen vonden altijd plaats in een goede sfeer bij iemand thuis waarbij koffie en gebak nooit ontbrak. Daar bespraken we met elkaar de plannen voor de toekomst. In die tijd was ik zowat elke dag bezig met de club. Op een gegeven moment ontstond er toch een meningsverschil over de werkwijze van de  jeugdcommissie. Sommigen wilde van koers veranderen omdat men vond dat de werkwijze van de jeugdcommissie aan vernieuwing toe was, terwijl anderen tegen verandering waren. Het meningsverschil resulteerde in het uiteenvallen van de jeugdcommissie. Ik verloor zo mijn ‘rechter-‘ als mijn ‘linkerhand’. Het werd tijd voor mij om op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging.

In 1994 werd ik door LTV Randenbroek gevraagd om op gesprek te komen. In die tijd was het onrustig op club met betrekking tot de trainers. Het bestuur zocht naar een clubtrainer die voor rust en continuïteit ging zorgen. In het begin werd mij een jaarcontract gegeven met de afspraak dat mits ik aan de wensen en behoeftes van de club voldeed, dat ik dan een vast contract zou krijgen. 25 jaar verder zit ik nu nog hier en heb ik nooit anders gevoeld dan dat men met mij door wilde. Ik heb zelf nooit de behoefte gehad om te switchen naar een andere club; voor mijn zijn die 25 jaar werkelijk voorbij gevlogen. Wel ben ik in die 25 jaar door andere clubs benaderd maar heb daar nooit echt belangstelling voor gehad. In mijn tijd bij LTV Randenbroek heb ik meer dan genoeg uitdaging gehad en dat heb ik nog steeds. Naast mijn trainerschap bij de club werd ik in 1995 ook bondstrainer. Ik ben dan ook meer dan 10 jaar werkzaam geweest als trainer bij de bond. Het werk nam veel tijd in beslag, altijd was ik bezig; was ik niet les aan het geven op LTV Randenbroek, dan was ik bij de bond les aan het geven. In de vakanties ging ik bij de bond door en heb veel kinderen begeleid op toernooien door het hele land. Nooit heeft het lesgeven als echt werk gevoeld. Mijn werk is altijd mijn passie geweest. Al moet ik wel bekennen dat ik het nu af en toe aan mijn lichaam voel, als het erg koud is en ik in regen en wind les sta te geven. Dan zou het soms wel fijn zijn om in een hal te staan.

Didactisch gezien benader je het lesgeven volgens een structuur waarbij je alle technische disciplines van het spel betrekt. Jouw drive en passie voor het spel en het vak is buitengewoon indrukwekkend. Je staat niet alleen bekend om je vermogen om zelfs de motorisch meest uitgedaagden onder ons, slechte tennisgewoonten af te leren maar ook om het bijsturen in technische problemen. Het mooi wegpoetsen van foutief aangeleerd techniek is jouw specialiteit.  Geen klus lijkt je te complex. Hoe doe je dat?

Ik heb in mijn carrière met veel fijne mensen mogen samenwerken. Ik heb bijvoorbeeld in mijn CIOS tijd stage gelopen bij Arthur Maaswinkel, die toen de jongste bondstrainer was en heel succesvol in het opleiden van goede spelers. Hij is nog steeds één van mijn betere vrienden waarmee ik regelmatig contact heb. Wanneer je in je carrière in aanraking komt met veel getalenteerde trainers, zoals de bondstrainers die voor de KNLTB gewerkt hebben, dan krijg je een goede basis om van de besten te leren. Ik ben niet een persoon die goed leiding kan geven maar wel iemand die in een goed team goed functioneert. Maar ondanks dat ik erg veel geleerd heb van de getalenteerde trainers waarmee ik gewerkt heb, zorg ik wel dat ik me als tennisleraar continu ontwikkel. Ik ben eigenlijk altijd op de een of de andere manier bezig met tennis en nieuwe manieren aan het zoeken om mijn leerlingen beter te maken. Ik heb steeds het idee dat ik mij ontwikkel in mijn vak doordat ik de ontwikkelingen in de sport op de voet volg en geïnspireerd raak van wat ik om mij heen zie en hoor. Zelfs na zo veel jaren in het vak doe ik nog steeds nieuwe kennis op die ik tijdens mijn lessen gebruik. De kunst van een goede trainer is om open te staan voor nieuwe ontwikkelingen binnen de sport en je te laten inspireren in jouw eigen manier van lesgeven. Je moet altijd willen leren van goede mensen, die gedurende je carrière op je pad komen. Door hen en wat je zelf mee maakt word je gevormd.

Ik ben ook veel bezig om mijn leerlingen te laten zien en voelen wat zij op de baan aan het doen zijn. Ik maak vaak filmpjes van mijn leerlingen tijdens het trainen omdat dit de beste manier is voor hen om te ervaren waar de verbeterpunten in hun spel zitten. Je kan jezelf beter corrigeren in je spel als je echt ziet wat je fout doet en daarbij zijn filmopnames heel handig. Ik praat ook  wel met mijn leerlingen over het leren voelen wat je doet.  Als je niet voelt wat je op de baan doet, kan je je spel ook niet veranderen. De manier waarop ik bij de bond werkte is nog altijd de werkwijze die ik toepas bij het lesgeven. Wanneer ik naar een speler kijk probeer ik dingen toe te voegen aan de manier van spelen. Kleine puzzelstukjes die iemand een betere speler maakt. Iedereen heeft zijn eigen manier van spelen en die kan en moet je niet drastisch willen veranderen. Je moet als tennisleraar eerder het spel proberen te verbeteren door kleine dingen toe te voegen. Maar het is ook belangrijk om te kijken naar de persoon en je manier van puzzelstukjes aangeven aan te passen naar wat voor die persoon geschikt is. Ik heb trainingsgroepen die alles willen weten en veel vragen stellen maar ik heb ook groepen die het belangrijk vinden om fysiek uitgedaagd te worden tijdens een training en daar de nadruk op leggen. Je kan als tennisleraar veel willen in je lessen maar soms word je ook beperkt door de weersomstandigheden. De service trainen in -5 graden gaat hem niet worden. Ik ben ook blij dat we met de selectiejeugd in ieder geval 1 trainingsmoment binnen hebben. En voor de allerjongste jeugd word er getraind in een gymnastiek zaaltje. Maar misschien in de toekomst zou een blaashal natuurlijk een prachtig verrijking zijn voor onze club.

Ik en velen met mij hebben ons altijd verwonderd over hoe het je toch iedere keer weer lukt, jaar in jaar uit, om kinderen technisch mooi te leren spelen. Uit nieuwsgierigheid heb ik ooit een les van jou aan de hele jonge jeugd van de kant van de baan gevolgd. Het viel mij op dat je echt een uur lang de jeugd intensief begeleidt, jezelf herhaalt bijna tot bewusteloosheid aan toe maar ook vaak in metaforen spreekt. Jouw passie voor het spel is buitengewoon indrukwekkend. Kinderen van andere clubs, die graag verder willen met hun tennis stappen soms over naar de club omdat je om jouw aanpak bekend staat. Het is bekend dat je in staat bent om het mooi weg te kunnen poetsen van foutief aangeleerd techniek, hoe lastig de problematiek ook is. Niets lijkt je te complex. Hoe komt het dat je na zo veel jaren op de baan nog altijd zo enthousiast en gemotiveerd blijft? En is het geven van lessen aan de jeugd leuker dan les geven aan senioren?

Natuurlijk vorm je de junioren sneller dan de senioren. Daarnaast ligt het ook aan de persoon zelf en hoe diegene ermee omgaat. Ik kan enorm genieten van de ontwikkeling die iemand doormaakt met zijn of haar tennis, ongeacht of het om een junior of een senior gaat. Als we tijdens een regenbui even de luwte van het clubhuis opzoeken, laat ik filmpjes van leerlingen van een paar jaar geleden zien. Het is dan onwijs plezierig om hun reacties te horen op hun eigen ontwikkeling. Ik vind het prachtig om kinderen verder te zien ontwikkelen in de techniek en in het spel. Daar ben ik natuurlijk ook tennisleraar voor geworden. Ik vind het belangrijk om een goede basis te leggen, een fundament om iemand te ontwikkelen als tennisser. Terugkijkend op mijn loopbaan, durf ik nu wel te zeggen dat het mij aardig gelukt is. Ik kan de junioren op een hoger niveau brengen. Maar ik vind ook leuk om de senioren les te geven omdat ik merk dat ze erg gemotiveerd zijn en heel graag willen leren. Zelfs de mensen die denken geen aanleg  te hebben voor het spel, kan je door heel veel herhalen en enthousiasme toch een leuke bal leren slaan.  Ik heb ook wel eens leerlingen die met een minder goede basis begonnen of weinig gevoel voor de bal hadden, maar door o.a. de grondvormen van bewegen (gaan, lopen, draaien, wenden, keren, springen, gooien, vangen, klimmen ect.) erg veel vaardigheden in een korte tijd geleerd hebben. Dit is natuurlijk de basis om met een balsport te beginnen. Helaas krijgen de jongste kinderen steeds minder gymnastiek op school. Ook vind ik het een enorme uitdaging om technische problemen bij spelers te analyseren en dit samen met hen op te lossen. 

Wanneer een leerling een technisch slechte gewoonte heeft aangeleerd, probeer ik dit recht te zetten door de aandacht weg te halen van de slechte gewoonte door die onmogelijk uitvoerbaar te maken waardoor de speler zelf voelt hoe het wel moet. 

In een trainingsgroep van beginners zitten er altijd wel een paar bij die een minder goed ontwikkeld balgevoel hebben. Ondanks dat het balgevoel minder goed ontwikkeld is, kunnen sommige dingen wel aangeleerd worden doordat ik als tennisleraar steeds vormen uitkies waardoor de leerling met veel geduld uiteindelijk toch een leuke bal leert slaan. Maar de kunst in zo’n groep is toch om iedereen met elkaar te laten spelen waardoor de minder goede spelers toch plezier beleven en doorgaan met tennissen. Dan kan het zijn dat die service niet volgens het boekje gaat, maar ze hebben wel plezier in het spelen en daar gaat het tenslotte om. Tennis hoeft niet altijd volgens het boekje.

Doorzettingsvermogen speelt hier natuurlijk ook een hele belangrijke rol bij. Ik zeg ook weleens: harde werkers winnen het altijd van talent, tenzij ook het talent hard gaat werken. Echter gebeurt dit helaas zelden.

Het enthousiasme voor het spel zit in me. Energie zit in je karakter. Zoiets kan je niet kopen. Structuur is heel belangrijk in mijn manier van lesgeven. Mijn valkuil is dat ik soms te fanatiek ben. Ik heb in mijn verleden in militaire dienst met discipline leren omgaan, omdat het een vereiste was. Dat gezegd hebbende, vind ik het ook belangrijk om te benadrukken dat tennis echt een lastige sport is om te leren. Wil je echt leren tennissen, dan is het als leerling belangrijk om voor instructies en uitleg open te staan, anders gaat het niet lukken.

Ik vind het belangrijk dat kinderen die bij mij op les zitten structuur, normen en waarden bijgebracht worden. Dit behoort ook tot de basis in het leren omgaan met andere mensen in de maatschappij. Normen en waarden zijn nu eenmaal dingen die belangrijk zijn voor onze club. Ik zie dat structuur een positief effect op mijn leerlingen heeft. Ze weten dat ik, net als de leraren bij hen op school, ook verwachtingen heb ten opzichte van hoe zij zich gedragen op de baan; dat ze open staan voor mijn uitleg, leren na te denken over wat ze op de baan aan het doen zijn en vragen stellen als ze ergens over twijfelen. Af en toe moet ik ook zelf op de rem trappen door minder aanwezig te zijn op de baan om het ook voor de minder assertieve kinderen makkelijker te maken om in contact te zijn.

Wat mij opvalt is dat de jeugd van tegenwoordig het soms lastig vindt om met concentratie om te gaan, ten opzichte van de jeugd van 15-20 jaar geleden. Dit zal hoogst waarschijnlijk te maken hebben met alle prikkels waarmee de jeugd van nu gebombardeerd wordt, door de afleiding die mobiele telefoons en social media hebben, en ook de druk op school die steeds hoger wordt. Ik zie dit soms aan de manier waarop een kind naar de training komt en probeer daar ook rekening mee te houden tijdens de les.

Focus en aandacht houden in een wedstrijd is vaak een uitdaging bij de jeugd. Dat vind ik een spijtige ontwikkeling. Ik probeer mijn leerlingen te coachen tijdens wedstrijden en help de leerling het spel van de tegenstander te analyseren. Ik geef dan tips die mijn leerlingen het overzicht geeft in het spel. Vaak zijn het observaties die mijn leerlingen zelf nog niet gedaan hebben. Hoe dat kan, heeft er grotendeels mee te maken dat er op dat moment niet voldoende focus en concentratie aanwezig is. Ik probeer dan advies te geven om het spel simpel te houden door ze aan het ei-principe te laten denken. 

Wanneer ik dan zie hoe al mijn leerlingen zich ontwikkelen in de loop der tijd, geeft dit mij enorm veel energie en het maakt mij blij. Ik bereid nog iedere dag mijn lessen voor. Ik noteer alles in schriften. Als een les anders uitpakt dan ik had bedacht, maak ik hier een notitie van zodat mijn aanpak de volgende keer anders wordt. Overigens schrijf ik ook de standen op, wie met wie gespeeld heeft en hoe vaak. Zo kan ik zorgen dat een groep zich optimaal ontwikkelt gedurende een seizoen.  

Ik heb mij laten vertellen dat je tegen de jeugd zegt te kunnen zien hoe ver ze met hun tennis kunnen komen. Heb je je weleens vergist in je voorspelling en zo ja, zijn dat de momenten waar de mens Rinus eerder verrast wordt dan de tennisleraar? En zijn kinderen er per definitie altijd mee gebaat om snel te weten waar ze aan toe zijn met betrekking tot hun talent voor de sport?

Je moet er altijd voor waken om niet te snel tegen een leerling te zeggen: “oh, wat ben jij goed!”. Ik zeg altijd tegen mijn leerlingen dat zij moeten zorgen dat ze goed luisteren en mijn instructies opvolgen, af en toe vrijspelen en aan veel toernooien deelnemen, dan maken ze kans om een goede speler te worden. Alles staat en valt met hoeveel tijd je in je sport steekt en natuurlijk ook of je van nature wel of niet veel balgevoel hebt. Uiteindelijk is het allerbelangrijkste dat je plezier hebt in wat je doet. 

Stel dat je van het bestuur een onbeperkt budget en de tijd zou krijgen om componenten toe te voegen aan de training van de jeugd. Hoe zou de lesstructuur dan zijn en zou alles over techniek en spel gaan?

Als het geld en de tijd ervoor was, zou naar mijn idee meer focus op aandachtscontrole bij de jeugdspelers veel opleveren. Dit vraagt er wel om dat de jeugd er ook voor open staat en dat men zich vooraf realiseert dat het even een tijdje zal duren voordat de resultaten ervan te merken zijn. Ik zou ook graag op Randenbroek een conditietrainer willen hebben, omdat je conditie blijven trainen in tennis erg belangrijk is in de uitvoering van de sport. Door de komst van de iPad en de mobiele telefoons besteden kinderen tegenwoordig minder tijd buiten door, en zijn ze weinig met lichaamsbeweging bezig waardoor hun conditie minder goed is. En dit is terug te zien in hun spel op de baan.

Heb je het idee dat jouw aanpak en manier van je vak benaderen wezenlijk verschilt van die van de nieuwe generatie tennisleraren? 

Collega’s waarmee ik samen gewerkt heb, doen veelal hetzelfde maar dan met hun eigen inbreng. Maar ik weet ook dat er veel trainers zijn die gewoon hun leerlingen in een rijtje laten staan, die ze dan vervolgens balletjes aangooien en ze weer achteraan in het rijtje laten aansluiten. Ik hecht zelf veel waarde aan discipline en bereidheid om hard te werken. Voor mij is het spelniveau van de speler irrelevant. Het gaat erom dat je uiteindelijk ontwikkeling ziet, want dit geeft de energie om door te gaan.

Qua opleiding van de jeugd op LTV Randenbroek denken wij als tennislerarenstaf er hetzelfde over. Wel zie ik dat de tennisleraren bij de club geïnspireerd zijn door mijn manier van lesgeven die de trainingen als jeugdspelers zelf meegemaakt hebben en dat doet mij goed. Natuurlijk is deze ook gecombineerd met hun eigen inbreng en dat is logisch want niet één persoon is hetzelfde.

Er is veel veranderd in de tenniswereld ten opzichte van vroeger. Is het lastiger geworden om tennisleraar te zijn dan toen jij je aan het begin van je carrière bevond, even los van de ontwikkelingen in spel en materialen? Zijn de voorwaarden waaronder een tennisleraar tegenwoordig moet functioneren heel anders geworden en is het misschien arbeidsintensiever geworden om tennisleraar te zijn?

De maatschappij is veranderd. Alles is duurder geworden; om een huis te kunnen kopen moet je vaak twee inkomens hebben dus meer mensen zijn aan het werk. Dit heeft ook voor verschuivingen in het lesprogramma gezorgd. Vroeger had ik overdag groepen met vrouwen die graag lessen volgden. Die zijn er niet meer. Nu begint een werkdag typisch vaak na 15.00 en gaat door tot 23.00 uur. Je werkt dus veelal ’s avonds wat ook wat vraagt van het thuisfront en dat moet je je realiseren als je een vak als deze kiest.

Het komt nu ook meer voor dat het voor clubs mogelijk is om een hal aan te schaffen waardoor de lesomstandigheden ’s winters aangenamer zijn voor zowel leerlingen als tennisleraren omdat je dan dezelfde dingen kan blijven trainen ongeacht het jaargetijde. 

Een tennisleraar bouwt aan zijn professionele bestaan in een clubomgeving waar veel initiatieven en processen – uitvoering en naleving ervan – liggen bij commissies en dus vrijwilligers van de club. Is dit soms lastig? En liggen hier verbeterpunten voor de club, vind je?

Ik heb veel geluk gehad in mijn loopbaan doordat ik met hele gedreven en gemotiveerde (jeugd)commissies heb mogen samenwerken. Als tennisleraar ben je afhankelijk van de aanpak van de jeugdcommissie om evenementen en initiatieven voor de jeugd vorm te laten geven. Als tennisleraar heb je vaak wensen voor wat betreft de initiatieven die ervoor zullen zorgen dat de jeugd optimale trainingsomstandigheden krijgt. Hierdoor zie je namelijk dat spelers vooruitgang boeken en zich ontwikkelen. De samenstelling van de commissies speelt hier ook een grote rol bij, omdat de goede ideeën en de uitvoering ervan samenhangen met de motivatie en wil om ze te realiseren. Ook is het van belang dat er in de commissie leden zitten waarmee je een goede verstandhouding hebt en dat ze snappen wat belangrijk is voor de ontwikkeling van de jeugd. Een paar enthousiastelingen in een commissie is voor de trainers en de ontwikkeling binnen een club heel belangrijk.

Bij Randenbroek hebben we hele mooie en lange periodes gehad met enthousiaste commissies. Helaas wordt het steeds lastiger om vrijwilligers te vinden die tijd vrij kunnen maken voor de club.

Tennisscholen schieten als paddenstoelen uit de grond en als tennisschool is het een uitdaging om jezelf te onderscheiden op de tennismarkt. Was het voor jou de keuze voor een vast dienstverband een logische keuze of heb je getwijfeld? Stel dat je nu aan het begin van je carrière stond, met alle ontwikkelingen en voorwaarden in de Nederlandse tenniswereld van nu, had je dan een andere carrièrekeuze gemaakt?

Ik ben echt geen type voor het hebben van een eigen tennisschool. De administratieve rompslomp die het met zich meebrengt is niets voor mij. Ik heb een collega die meer dan 9 tennisleraren in dienst heeft gehad en het bracht alleen heel veel gedoe met zich mee. Meer last dan lust. Dat is niets voor mij. 

En dan is er ook kwaliteitsverschil onder de tennisscholen. Enerzijds heb je tennisscholen die veel investeren in het in dienst nemen van goed opgeleide trainers waardoor je echt kwalitatief goede lessen kunt aanbieden. Anderzijds heb je helaas ook tennisscholen die het niet zo nauw nemen met de kwaliteit van de lessen die ze aanbieden. Ze zijn dan meer met zichzelf bezig dan dat ze een goede leeromgeving voor hun leerlingen proberen te verzorgen. Dat vind ik erg jammer want dat tast de integriteit van de sport aan. Helaas zijn er tennisscholen die op deze manier werken.

Als jonge tennisleraar heb je weinig keus tegenwoordig. Je kan in dienst treden bij een tennisschool of je eigen tennisschool opstarten. Een baan als clubtrainer in dienst van een vereniging is tegenwoordig meer uitzondering dan regel.  

Ik heb altijd met plezier gewerkt met alles wat onder de top zit. Dat is namelijk 99% van het totaal. Ik vind het niet verstandig om juist allemaal te willen gaan voor die 1%. Ik vind het veel belangrijker om een allround clubtrainer te zijn.

Stel dat Jacco Eltingh jou zou benaderen met de vraag of jij mee wilt denken in het jeugdbeleid van de KNLTB om zo ook een kweekvijver van nieuwe toptalenten te creëren, wat zou jouw belangrijkste input hiervoor zijn?

De bond heeft in het verleden keuzes gemaakt die heel wat consequenties hebben gehad voor het tennis in Nederland. Men stapte bij de bond van de instroomtrainingen af, waarbij jonge kinderen geselecteerd werden om deel te nemen aan een selectietraining. Ik werkte toen nog bij de bond als trainer en had o.a. de taak om op zo’n selectie dag met verschillende collega´s  kinderen te selecteren die motorisch goed waren. Wij observeerde die kinderen en selecteerde de kinderen die een bal ver konden gooien, een snelle arm hadden en goed waren in het anticiperen tijdens het spelen. Helaas heeft de bond deze instroomtrainingen beëindigd. Zo ontbreken er nu twee leermomenten waarbij men de mogelijkheid heeft gehad om de betere kinderen sneller te kunnen opsporen en te begeleiden richting een eventuele tenniscarrière. Die beslissing had voor het toptennis in Nederland enorme consequenties. In mijn optiek geen verstandige beslissing.

Men ziet nu ook in dat die keuze niet de meest verstandige was en wil weer deze selectiedagen gaan introduceren. De afgelopen jaren is het erg onrustig geweest bij de bond; veel veranderingen en teveel doorstroming van mensen die hun eigen visies hadden. Daardoor kwam het beleid rommelig over. De KNLTB heeft in de afgelopen jaren veel leden verloren en men realiseert zich nu dat men echt dingen moeten gaan veranderen om ervoor te zorgen dat de omstandigheden waaronder men nieuwe talentjes kan ontdekken en begeleiden worden verbeterd. En dat geldt ook voor de recreatieve speler, dat het een aantrekkelijke sport blijft om te beoefenen en zo tennis in Nederland een nog grotere sport wordt.

Ik vind het leuk om over zulke dingen na te denken, maar ik ben niet iemand die de grote lijnen uitzet. Ik ben heel goed in les geven kinderen verder te brengen en op een bepaalde manier kan ik ook mijn blik op de problematieken werpen. Maar laat mij nou maar lekker mijn ding doen op de baan. Dat blijft toch mijn grootste passie!!

Je bent 64 en topfit. Ik weet wel zeker dat er veel mensen zullen zijn die graag zouden willen weten wat je geheim is. Hoe doe je dit?

Je moet er veel voor doen en veel dingen laten. Ik drink bijvoorbeeld geen alcohol en rook ook niet. Wanneer ik ’s ochtends wakker worddoe ik een aantal oefeningen. Voorheen heb ik ook op yoga en fitness gezeten en hardlopen deed ik graag. Ik zorg goed voor mijn lichaam, bezoek de chiropractor, de massage en pedicure. Verder vind ik het belangrijk om mij te verdiepen in gezond eten. Ik ben nooit ziek en voel mij super fit. Ik ben dan ook ’s ochtends altijd vroeg wakker zodat ik op tijd naar de golfbaan kan gaan. Golf is echt een passie van mij en ik kan er veel plezier van beleven om ’s ochtends met mijn tasje op de rug van hole naar hole te lopen en te genieten van de rust op de baan. 

Ik leg de lat voor mijzelf best hoog. Dat heeft met mijn opvoeding te maken en de ruggengraat die ik gekregen heb door de ervaringen in mijn leven. Het zit in de aard van het beestje. Ik merk dat ik dat ook heb met de kinderen die ik les geef. Wanneer ik een kind op les heb dat hartstikke leuk kan tennissen op de één of de andere manier voor mijn gevoel na een tijdje stagneert dan heb ik er niet zo snel vrede mee. Ik wil het liefst met ieder kind alles eruit halen wat er in zit. Soms is dat niet altijd gelijk mogelijk doordat de ontwikkeling van het kind nog niet zo ver is dat het ook terug te zien is in het spel op de baan. Daar kan ik soms moeilijk afstand van nemen en dat is wel een aandachtspunt mij. Soms moet je accepteren dat het even niet zo snel gaat en dat een situatie niet of nooit in de richting zal bewegen die je zou willen. Wat ik ook veel vaker moet doen is het geven van complimenten want dat doet een mens groeien, ook op de tennisbaan. Toch ben ik ook weer van mening dat iemand een compliment moet verdienen en niet de kantjes eraf gaat lopen. 

Mijn vader werd maar 42. Zelf hoop ik met een beetje geluk en door mijn gezonde levensstijl oud te kunnen worden. De keuzes die ik maak voor mijzelf om gezond te blijven voelen niet als een opoffering. Het is een vrijwillige keuze om zo te leven en het geeft mij structuur, wat ik fijn vind. Zo voel ik mij op mijn best en daar haal ik veel energie uit. Mijn missie is om een fijn mens te zijn voor mijn familie en de mensen om mij heen en alles uit het leven te halen. Ik vind het belangrijk om mijzelf te blijven uitdagen. Ik heb mijn hele leven al zoveel gesport als mogelijk is. Om maar een voorbeeld te noemen, heb ik tot mijn vijftigste veel halve marathons gelopen. Op een gegeven moment merkte ik dat mijn lichaam minder makkelijk zulke inspanningen aankon en ging ik op zoek naar andere uitdagingen. En dat zal ik blijven doen, want dat zit in mijn karakter.

Ik heb nog zoveel dingen die ik graag zou willen doen, wanneer ik minder les ga geven. Ik wil graag meer van de wereld zien, gaan golfen met mijn vrienden, weer meer gaan tennissen en competitie spelen.

25 jaar bij Randenbroek.. de tijd is voorbij gevlogen. Randenbroek en jij lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden zowel hoogte- als dieptepunten zijn geweest gedurende de jaren heen. Welke momenten blijven jou het meest bij?

De hoogtepunten zijn de kampioenschappen, alle activiteiten die voor de binding in de club zorgen zoals de tenniskampen en de sinterklaasviering van Randenbroek die ieder jaar vertolkt wordt door Eloy, wat hij prachtig doet samen met zijn pieten. We hebben met de teams beach tennis gedaan waarbij we met een grote groep naar Strand Horst zijn geweest. We hebben veel plezier en feesten met elkaar beleefd en daar denk ik met een glimlach aan terug. Naar mijn mening was het voor de club ook een hoogtepunt om te wisselen van ondergrond, waardoor de club van een zomervereniging veranderde, om ook een wintervereniging te zijn, wat voor meer mogelijkheden zorgde.

Dieptepunten zijn er helaas ook geweest. Onder andere het overlijden van de 23-jarige Vincent van Gans die in het buiteland om het leven kwam door een ongeluk bij een onbewaakte spoorwegovergang. Ik heb Vincent jaren les gegeven en kende hem goed. Het verlies van alle voor mij dierbare Randenbroekers zoals Gina van Kuilen die veel heeft betekend voor de club. Zij was zowel mijn rechter als mijn linkerhand in veel dingen. Peter van Rijsewijk, onze groundsman, en alle mensen die ik goed kende en die ons ontvallen zijn. 

Hoe zou je de club zich graag zien ontwikkelen in de komende jaren en zie je evt. samenwerkingsverbanden in de horizon of in gebieden waar de club zich zou mogen ontwikkelen?

Ik zou veel meer vaste wedstrijdmomenten voor de jeugd willen hebben dan wat nu het geval is. Misschien moeten we zelfs zo ver gaan om deelname voor de jeugd verplicht te stellen. Dit vergt echter wel meer samenwerking tussen de trainers en de jeugdcommissie. Hiervoor is wellicht meer  ambitie nodig om dit ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Ik zou ook graag een nauwere samenwerking tussen de trainers en de jeugdcommissie willen. Brainstormingsessies waarbij we elkaar kunnen inspireren om op nieuwe initiatieven te komen om de jeugd meer momenten te kunnen laten spelen buiten de vaste gelegenheden die in de clubagenda voorkomen. Natuurlijk moeten alle partijen hier ook het nut van inzien en het graag willen. 

Naar mijn mening zou het  en verstandige keuze zijn om de kinderen die op verschillende clubs lid zijn het makkelijker te maken om met elkaar vrij te kunnen spelen door ’s middags ruimte te creëren. Op die manier zorg je dat het voor kinderen aantrekkelijker wordt om vrij te spelen. 

Je hebt gedurende je loopbaan veel mee gemaakt en gedaan en leidt ook een heel actief bestaan naast de baan. Wat gaat er gebeuren wanneer je ooit als tennisleraar je racket aan de wilgen hangt? Je lijkt mij geen type voor een leven achter de geraniums…

Ik blijf nog wel een tijd lesgeven. Drie dagen les geven zullen wel op een gegeven moment twee dagen worden en wellicht één dag. Het lijkt mij hartstikke leuk om iets te kunnen betekenen voor mensen die zelf niet meer in staat zijn om actief te kunnen zijn; bijvoorbeeld met iemand een wandeling te maken, een bezoekje te brengen of een praatje te maken. Bridge spelen of het lezen van boeken lijkt mij ook leuk om de tijd voor te nemen. Nu blijft het nog bij het lezen van de vakbladen, omdat ik het op dit moment te druk heb met lessen voorbereiden en mijn andere hobby’s, zoals golfen. Maar stil zitten dat is inderdaad niet aan mij besteed…lekker bezig blijven, leuke dingen doen en van het leven genieten en alles eruit halen zo lang het mij gegeven is, dat vind ik belangrijk!

Gelukkig kunnen we op de club nog jaren van je genieten als trainer en mens maar als je op je laatste dag het park verlaat, wat zorgt ervoor dat je met een trots gevoel de poort uitloopt?

Dat ik mijn filosofie, ideeën een aanpak trouw ben gebleven en kan constateren dat de club hieronder heeft gedijd. Dat ik met deze aanpak, geduld, herhalingen en zorgvuldigheid heel veel mensen technisch mooi en verzorgd tennis heb leren spelen…geen rommel…grepen verzorgd en mooi in balans…: een resultaat van mijn passie en dát is Randenbroek!

Nieuws overzicht